Logo weekkrantoostgelre.nl


Betrokkenen bij de audiotour. vlnr: koster Anton Storteler, André Papen (OVZ), Bennie Venderbosch, René Spekschoor (OVZ), Cecile Vink-Hulshof (OVZ) en Ben Weelink (OVZ)
Betrokkenen bij de audiotour. vlnr: koster Anton Storteler, André Papen (OVZ), Bennie Venderbosch, René Spekschoor (OVZ), Cecile Vink-Hulshof (OVZ) en Ben Weelink (OVZ)

Op audiotour door de Werenfridus

ZIEUWENT - In 'Uitgelicht' besteedt de Weekkrant Oost Gelre gedurende de vakantieperioden aandacht aan mensen over hoe zij de zomer doorkomen onder titel: 'De Zomer Van...' In deze eerste bijdrage neemt de 'Oudheidkundige Vereniging Zuwent' mee op audiotour door de imposante Zieuwentse Werenfridus.

(Door Eveline Zuurbier) 

Kerken zijn gewild cultuurgoed die vooral tijdens de vakantie worden bekeken. Dit vormt de reden voor Zuwent om daar op voorhand in te springen. Rondleiden in een kerkgebouw spreekt tot de verbeelding van de bezoekers en van gidsen die hun verhaal erover graag willen vertellen. In de imposante Werenfridus in Zieuwent kun je vanaf nu alle dagen terecht. Een stem via je smartphone vertelt je alles over deze allermooiste kerk van de Achterhoek zodra je naar binnen stapt. Oortjes in, de audiotour begint.

De meeste mensen hebben geen boodschap meer aan kerkdiensten of zich op enige wijze voelen aangesproken door geloofsgemeenschappen. Die houden de kerkgebouwen nog enigszins overeind, al staat het water financieel en/of onderhoud technisch tot aan de lippen. Maar stel je eens voor dat de Werenfridus, Zieuwent ontnomen wordt. 'Dan gaat ieders gemoed van een grote dankbaarheid voor godsvruchtig wark' voor de dorpsgemeenschap verloren', verhaalt Lucia Beerten van Zuwent.

Kruiwagens en ladders
Zoals in een film grote branden geblust worden met volle emmertjes doorgeven aan de volgende in de rij, zo is ook de Werenfridus gebouwd. Lucia Beerten: "Het is niet voor te stellen dat dit zo met houten kruuwagens met houten wielen over een afstand van Lievelde en Ruurlo naar Zieuwent gebeurde. Elke Zieuwentenaar reed 50 meter heen met een volle kruiwagen klei of zandsteen en nam een lege weer 50 meter mee terug. Ik heb foto's gezien van de bouw dat men dertien ladders naar boven toe aan elkaar heeft geknoopt en dorpsgenoten met een plank vol stenen op de schouder de sportels (treden) opgingen. Bennie Venderbosch zei me dat er net zoveel stenen in de grond 'liggen' als boven de grond gebruikt zijn voor de bouw. Het fundament reikt tot aan de poort van het oude kerkhof. Daarom kon de bom in de Tweede Wereldoorlog geen gat in de grond slaan. De kerk heeft de oorlog godzijdank overleefd zonder dat er een barstje is ingekomen. Aan het begin (1899) was het een kale, grijze kerk, maar pastoor Zanderink was een ondernemend persoon en de Zieuwentse karke moest net zo'n bedevaartskarke als die in Kevelaer worden. En dat heeft hij voor elkaar gekregen."

Kerkkunst
De kunst in de kerk bewijst de dienstbaarheid van de bevolking aan de gemeenschap. De muurschildering (onlangs gerestaureerd), de glas-in-lood ramen, de uitstraling van het interieur en de staat van onderhoud van de kerk, leggen de genen van Zieuwent bloot. Niet voor niets staat onder de koorzolder 'bid en werk' geschreven' In de Werenfridus zijn dertien luisterplaatsen opgenomen in de audiotour. De ingesproken verhalen zijn afkomstig van de uitleg die Bennie Venderbosch bij zijn rondleidingen (elke zaterdag) geeft. Lucia Beerten noemt de 85-jarige Venderbosch gekscherend de 'Wikipedia op pootjes'. Hij heeft altijd in de schaduw van kerk geleefd. De bakkerij van zijn vader, Stegas bakker langs het Rollarspad, is gebouwd van afvalstenen van de kerk en van afgebikte stenen van de waterstaatskerk die voor de bouw van de Werenfridus gesloopt is. "Mensen die meehielpen mochten de afvalmaterialen gebruiken."

De vlasmeisjes
De instandhouding van de imposante Werenfridus is mede te danken aan schenkingen, legaten en giften. Ook de zogeheten vlasmeisjes hebben tot aan 1930 inkomsten gegenereerd. "Zieuwent heeft slechte grond en het enige wat goed groeide was vlas. In de oogsttijd kwamen de textielbaronnen als Van Heek en Ten Cate uit Enschede en Almelo. Ze deden een 'schrikbod' voor de rollen linnen die ze gebruikten. Ik hoef niet uit te leggen wat dat is. Het woord zegt voldoende", zegt Lucia Beerten met afgrijzen. Tillas (Klein Goldewijk naast de school) had een molen waar uit vlaszaad lijnolie werd geperst. De olie was grondstof voor de verfindustrie en werd gebruikt voor het onderhoud van het paardentuig en de estrikken vloeren. Het lijn(vlas)zaad werd verwerkt in lijnkoeken voor de koeien. "Als de inkomsten van de vlasoogst binnen waren, gingen vlasmeisjes langs de deuren voor de zogeheten vlascollecte. De vlasmeisjes waren jonge maagden met gevlochte margrietjes in hun haren. Bij Woltas (Hulshof Zieuwentseweg) kregen ze te eten."

reageer als eerste